persoonlijk

Angst

Een van de dingen die over je neerdalen bij de diagnose kanker, en die denk ik ook niet meer helemaal weggaan, is angst. In meerdere vormen.

Doodsangst

Het eerste dat door mijn hoofd schoot toen bevestigd werd dat ik borstkanker heb, met uitzaaiingen naar de oksel, was: ga ik nu op korte termijn dood? Het leek zo ontzettend onwerkelijk. Nog geen maand geleden stond ik mezelf uit mijn duikpak te worstelen midden in de Egyptische woestijn, en nu zat een arts me hier te vertellen dat ik ernstig ziek was. Ik voelde me niet ziek, ik zag er totaal niet ziek uit, het kon toch niet zo zijn dat er zomaar iets in mijn lijf was geslopen dat ik totaal niet had opgemerkt? Nou ja … als je dat doemgevoel niet meetelde dan …

Dat maakte me vooral zo bang. Ik was al een behoorlijk aantal jaar nogal intensief met mijn lijf bezig, van sport tot gezond eten, wat strakker in mijn vel komen te zitten en zoeken naar de balans tussen rust en activiteit. Ik rook niet, ik drink amper, ik kook gezond zonder pakjes of zakjes als dat even kan. Wat kon ik nou nog meer doen dan dat? Wat had ik gedaan, waar verdiende ik dit aan? Zoals Kelly uitdrukte – het is gewoon een lot uit de shit-loterij … maar ik vond het maar moeilijk om dat te accepteren.

Houdbaarheidsdatum

En al helemaal toen ik ook nog eens door die gevreesde PET-scan moest om te kijken of die uitzaaiingen in mijn oksel ook voor “uitzaaiingen op afstand” hadden gezorgd. Van dolfijnen kijken in een tropische baai naar afwachten of je dood gaat. Want dat was wel realiteit. Als er uitzaaiingen werden gevonden, dan werd ik niet meer beter. WTF. Dat weekend wachten was afschuwelijk. Existentiële angst. Naar buiten kijken naar de blauwe lucht en denken, hoe dan? Alsof iemand een kaartje aan je teen heeft gehangen en met duivels genoegen afwacht welke houdbaarheidsdatum er op kan. Gelukkig kon daar (nog) geen datum op. Want ik had geen uitzaaiingen.

Natuurlijk weten we allemaal dat we ooit een keer doodgaan. Maar dat blijft, zolang je gezond bent, zo’n abstract gegeven dat dat je niet beïnvloedt in het dagelijks leven. Althans, mij niet. Je weet theoretisch dat je een keer pech kunt hebben en onder een bus kunt lopen, of dat je op je hoge leeftijd sterft aan ouderdom of ziekte, maar daar leef je niet naar. Totdat iemand een stickertje met een grote K op je voorhoofd plakt en die onbezorgdheid er in één klap van af is.

Onbezorgdheid

En dat is wat me nu voornamelijk bezighoudt. Kijk, ik weet dat de resultaten van de tussentijdse MRI hartstikke goed waren (tumor weg, klieren drastisch geslonken), maar dat doet er niet toe. Er is één keer een sluipmoordenaar in me gekropen, wie zegt dat dat niet nog een keer gebeurt? Wie zegt me dat niet een van die rottige cellen gezellig ergens in een hoekje in mijn botten, lever, longen is weggekropen en zit te wachten tot de chemo ophoudt om vervolgens uit te groeien tot iets dodelijks? En ja, dat kan iedereen overkomen, maar voor mijn gevoel is de kans dat het bij mij daadwerkelijk gebeurt groter dan gemiddeld. Want het heeft er al een keer gezeten he? Arno drukte het heel nuchter uit – als het gebeurt, dan gebeurt het. “We hebben sowieso een schitterende tijd gehad.” Maar het is niet genoeg. Het is gewoon nog lang niet genoeg.

En dat vind ik heel moeilijk. Ik weet dat ik niet binnen een jaar dood ben en dat ik echt wel een knalfeest ga geven op mijn 45e verjaardag (op mijn 44e lag ik gezellig met mijn hoofd naar beneden in de MRI). Maar hoe zit dat twee jaar van nu, of drie? Of tien? Ik weet dat, hoe verder ik verwijderd raak van deze diagnose, het normale leven weer de overhand gaat nemen en ik waarschijnlijk zal leren leven met deze ongrijpbare angst. Maar hij zal er wel altijd zijn. Ik ben straks niet meer Wendy 1.0 maar Wendy 2.0. De Wendy na de diagnose. En dat doet me verdriet. Het is echt een soort rouwproces waarbij je afscheid neemt van de onbevangenheid die je hiervoor had.

Conditie

ROARRRR

En dan is er nog de angst dat ik lichamelijk nooit meer dezelfde zal zijn als voorheen. Zoveel mensen blijven last houden van restklachten na chemo en kanker. Ik kukel sowieso waarschijnlijk meteen de overgang in met bijbehorende klachten, maar daarnaast ben ik ook bang dat ik bijvoorbeeld veel minder energie zal hebben en vermoeidheidsklachten zal houden. Het hoeft niet, maar het kan wel, de kans is zelfs vrij groot. Kan ik nog sporten en leven als voorheen? Kan ik nog fulltime werken straks?

Bij de operatie halen ze meteen de okselklieren in mijn linker arm weg. Krijg ik nog bestraling daarna in dat gebied? De kans op lymfe-oedeem gaat hard omhoog als dat nog moet. Ga ik daar last van krijgen?

En hoe zit het met de hormoon therapie? Sommige mensen hebben daar geen last van, anderen stoppen omdat ze de bijwerkingen niet kunnen hachelen. Allemaal van die enorme onzekerheden maar die wel potentieel een grote impact kunnen hebben op de rest van mijn leven. Dat is eng.

Het maakt dat ik me zo machteloos voel, out of control. Want het zal allemaal moeten, ik heb er geen invloed op, het is afwachten wat mijn lijf gaat doen. Ik heb altijd in de maakbaarheid van het leven geloofd, en die visie moet ik nu scherp bijstellen wat dit soort dingen betreft. Het is een van de dingen waarmee ik aan de slag ben met een psycholoog, want ik merk dat ik zelf in cirkeltjes blijf draaien in mijn hoofd. Ik hoop dat hij me een aantal handvatten kan geven om straks weer volop, met plezier, in het leven te staan. Want dat deel van mij – het positieve, het glas is altijd halfvol deel – dat moet toch echt deel uit gaan maken van Wendy 2.0. Al moet ik er tot op het bot voor vechten!

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.