Select Page

Zo, en nu is het tijd voor iets anders dan sport, hardlopen en sjorren aan gewichten. Ik heb ook nog wel een aantal andere hobbies, en één daarvan is schrijven. Veel van de mensen die ik ken buiten het sportwereldje heb ik ontmoet door het schrijven – mijn gehele vriendenkring bestaat zo’n beetje uit mensen die ik ontmoet heb op een fan-fiction forum. Daar schreven we gezamenlijk verhalen in de wereld van een bekende fantasy schrijver: Robert Jordan.

Vorig jaar stuurde ik een kort verhaal in naar Fantastels. Vandaag vertel ik je hoe dat afliep. Pas op, dit wordt lang haha!

Schrijven en taal

Zelfs als klein kind schreef ik al. Ik herinner me nog goed dat ik op de basisschool heel ambitieus was begonnen aan een boek, al had ik er na een aantal handgeschreven bladzijdes helemaal genoeg van. Het was veel te veel werk om alles op te schrijven wat zich in mijn hoofd afspeelde. Ik was bizar goed in spellen – op de lagere school zat ik zelfs in een speciaal groepje dat deelnam aan dictee wedstrijden binnen de school. Mijn vakkenpakket op de middelbare school bestond grotendeels uit talen, en aan het eind van de zesde klas kon ik vloeiend Latijn lezen en schrijven. Daarna ging ik Engels studeren, heb ik nog 13 maanden Russisch gestudeerd, heb ik nog wat rondgeprutst met Japans, kortom, taal en al haar aspecten heeft me altijd gefascineerd.

Verhalen schreef ik op dat moment voornamelijk in het Engels, omdat dat de voertaal was op het forum waar ik schreef. Ik en een aantal vriendinnen deden ook een aantal malen mee aan NaNoWriMo (National Novel Writing Month) waarbij je in de maand november een verhaal schrijft van minstens 50.000 woorden. De bedoeling is dat je vertrouwd raakt met het dagelijks schrijven. Dat je niet te veel blijft hangen in het constant willen redigeren van hetgeen je net geschreven hebt en dat je gewoon produceert. Dat redigeren komt later wel, zet het nu eerst maar eens op papier. Dat waren hele leuke ervaringen al vraag ik me af of wat ik opgeschreven heb, ook daadwerkelijk leesbaar was 😉

Fantastels verhalenwedstrijd

Fantastels verhalenwedstrijd

Tot kortgeleden hield ik hetgeen ik schreef eigenlijk grotendeels voor mezelf. Totdat een van mijn vriendinnen, Kelly van der Laan die inmiddels al drie boeken op haar naam heeft staan en bezig is aan het vierde, het in haar hoofd kreeg om mee te doen aan een verhalenwedstrijd. Fantastels is een van de landelijke wedstrijden voor korte verhalen in het fantastische genre. De eerste keer dat Kelly meedeed werd ze prompt achtste. De tweede keer ging ik mee naar de prijsuitreiking, en werd ze zevende. De derde keer …. won ze! Een andere vriendin, Brenda Hingstman, besloot ook de sprong te wagen en katapulteerde zichzelf in haar eerste poging meteen naar de eerste plaats. Er zit heel wat schrijftalent tussen mijn vrienden en vriendinnen.

Ikzelf was daardoor wat geïntimideerd. En daarnaast bekroop me toch altijd weer dat gevoel van “oh ja, zij moet dan ook zo nodig …” Een beetje suf, maar zo was het wel. Tot ik vorig jaar, in het vliegtuig terug naar Nederland na een heerlijke vakantie op Tenerife, een goed idee kreeg. De notities staan nog steeds haastig neergekrabbeld in mijn telefoon. Eenmaal thuis besloot ik ook daadwerkelijk met het verhaal aan de slag te gaan.

Donkere Wolken

Hoewel ik voornamelijk fantasy lees, ligt mijn schrijvershart bij de horror. Misschien zou je dat niet bij mij verwachten, maar mijn liefde voor lezen begon bij Stephen King. Ik heb heel wat fantasy gelezen in mijn leven, maar als ik echt in een boek wil duiken, dan ga ik altijd weer terug naar mijn eerste liefde. In het verhaal dat ik uiteindelijk naar Fantastels opstuurde, combineerde ik mijn twee grootste angsten: de angst om degene te verliezen die je liefhebt, en mijn bibberende angst voor het paranormale. En zo ontstond uiteindelijk het verhaal dat ‘Donkere Wolken’ heet – het verhaal van een vrouw die niet alleen haar kind, maar ook haar man verliest en vervolgens geconfronteerd wordt met een duistere kracht die ook haar bijna fataal wordt.

Ik liet het proeflezen door zowel Kelly als Brenda – doodeng kan ik je vertellen, bijna nog enger dan het uiteindelijke insturen – schaafde het hier en daar nog bij en stuurde het vervolgens geanonimiseerd op. Dat is een van de voorwaarden voor Fantastels: de jury kijkt louter naar de verhalen en weet niet wie de auteur is. Op die manier wordt voorkomen dat gerenommeerde auteurs onbedoeld een streepje voor krijgen.

Prijsuitreiking

Kelly en Brenda

En toen was het wachten, van oktober tot april. Ik had geen idee wat ik kon verwachten, ik had mijn verhalen nog nooit door anderen laten lezen dan bekenden en had dus geen vergelijkingsmateriaal. Ik ben in staat om zinnen aan elkaar te rijgen, grammaticaal gezien, maar of het goed genoeg zou zijn? Geen idee. Ik ging er heen zoals ik naar hardloopwedstrijden ga: met drie doelen 🙂

Doel 1: starten (in dit geval, niet gediskwalificeerd worden haha)
Doel 2: uitlopen (in dit geval, ergens in de top 50 eindigen, het liefst zo dicht mogelijk tegen die 50 aan)
Doel 3: een PR lopen (in dit geval boven de 26 eindigen, want dan kijken alle juryleden naar je verhaal en heb je heel veel juryrapporten terug)

Dat laatste doel is zo’n beetje de kers op het toetje: leuk als je het haalt, maar meestal onwaarschijnlijk. Maar naarmate de prijsuitreiking vorderde, de verhalen één voor één genoemd aftellend van 99 naar 1, werd het steeds spannender. Brenda en Kelly hielden nog een praatje over hoe je een winnend verhaal schrijft, ik zat intussen mijn vingers fijn te knijpen. Kelly’s verhaal dropte op 28 uit de race (ze had de verschrikkelijke pech twee juryleden te treffen waarvan de een haar op plek 1 had en de ander op 16, boeeeeehh!) en op dat moment keken we elkaar met grote ogen aan. Ik had verwacht dat zij hoger zou eindigen dan ik, maar het omgekeerde gebeurde. En toen begon het aftellen. En steeg mijn hartslag als een malle bij elk verhaal dat werd genoemd dat niet het mijne was. De top 20 passeerde, de top 15. De top 10. Waaaat?

Eindpositie

Vijfde plaats!

Donkere Wolken‘ eindigde tot mijn grote vreugde als vijfde. Zoveel hoger dan ik ooit had durven dromen en hopen. Daarnaast won ik de Grijzeduivenprijs – de prijs voor de hoogst geëindigde oudste debutant op deze wedstrijd dit jaar. Dat het überhaupt mijn eerste korte verhaal was, mijn eerste verhaal in het Nederlands én het eerste verhaal dat ik ooit naar welke wedstrijd dan ook had ingestuurd maakte het alleen maar mooier.

Twee prijzen

Eveline Broekhuizen, die een ontzettend leuk praatje gaf over mijn verhaal, had mijn verhaal in haar eindoordeel op 1 staan (!!omg!!) en gaf me ook nog eens een extra prijsje voor meest pakkende openingszin. Ik wist niet wat me overkwam, en het heeft me letterlijk een week gekost om weer een beetje op aarde te landen. De juryrapporten waren lovend, en hadden ook een aantal heel zinnige opmerkingen over hoe het verhaal nog beter kan.

En nu? Nu ben ik weer een beetje op beide pootjes beland en ga ik dit paasweekend nog knutselen aan het verhaal. Voor alle mensen die het heel graag willen lezen (zo lief al die enthousiaste reacties!!), nog even geduld – ik wil het graag nog net een beetje beter maken. En daarna stuur ik het in naar Edge Zero, een andere verhalenwedstrijd waar je kans maakt om je verhaal gepubliceerd te krijgen. Hoe waanzinnig gaaf zou dat zijn!

En natuurlijk doe ik weer mee aan de volgende editie van Fantastels. Sterker nog … ik heb al weer twee ideeën op de plank liggen 🙂