Select Page

En zo was het ineens zover. De eerste mijlpaal die ik gepland had staan dit jaar. De Dam tot Dam loop, op 21 september, in de aanloop naar de halve op 19 oktober. Was ik er klaar voor?

Onwillige spier

Nou, eigenlijk niet helemaal. Ik had voor mijn gevoel behoorlijk goed op schema gelegen wat trainen betreft, had al een keer de 15 kilometer gelopen en ook al een keer die hele 10 miles in een training. En toen, twee weken voor de grote dag, liep ik over mijn eigen grenzen in een training met de running club. Het ging om een heuveltraining waarbij ik op sprint tempo een aantal keer een groot viaduct op ging en daarna weer af.

De dag erna begon er een spier in mijn rechterbil op te spelen. Spierpijn, dacht ik nog. Tegen de tijd dat het woensdag was liep ik mank. Van hardlopen was geen sprake. Dit duurde zo’n anderhalve week en hoewel ik de DtD afstand wel gelopen had, begon ik nerveus te worden. Was mijn conditie aan het inkakken nu? Ging ik het wel redden? Kom ik deze rustperiode als een soort taperen beschouwen?

Zenuwen

Er is niks zo vervelend als zenuwen voor een wedstrijd. Als je niet oppast neem je heel die mindset mee tijdens je race en loop je niet naar kunnen. Ik stond flink te zenuwen in het startvak. Het was koud, er stond een stevige wind en ik wist niet wat ik van deze race moest denken. Vooral de tunnel boezemde me ontzag in. Wat moest ik er van verwachten?

Vlak voor de start

De race

Km 1-5

Het startschot klinkt. Het startvak komt in beweging, ik loop vrij links en beweeg me door de meute naar rechts zodat ik mijn eigen tempo kan aannemen en men me kan inhalen. Ik loop ergens rond de 6:30, iets te hard, maar het voelt wel lekker. Naast me, buiten het vak, gaat een jongetje op zijn fietsje hard onderuit. Hij blijft op zijn rug liggen en is stil, ik schrik me te pletter. Gelukkig begint hij daarna te huilen en is zijn moeder er om hem op te rapen.

De tunnel komt in zicht, en ik word overweldigd door een gelukzalig gevoel. Wat is dit gaaf! Een samba band met enorme drums zorgt voor een heerlijk galmend ritme en ik doe mijn oortjes uit om te genieten. Ik ga op mijn gemak naar beneden en geniet van het uitzicht, duizenden lopers die voor mij alweer naar boven gaan. Het is een beetje muf in de tunnel, maar het stuk naar boven valt me alleszins mee en voor ik het weet ben ik al weer boven. Ik moet alleen heel erg nodig plassen, ondanks dat ik voor de start al een dixie bezocht heb. Balen! Bij een rode kruis post schiet ik er toch maar eentje in, want ik heb geen zin in nog 14 kilometer met een blaas op knappen.

De volgende kilometers schieten eigenlijk voorbij. Normaal heb ik moeite met die eerste vijf, maar nu totaal niet!

KM 6-10

De route duikt Amsterdam Noord in en vervolgt zijn weg naar Oostzaan en het Molenwijkpark. Wat een fantastische toeschouwers. Ik loop de hele weg met een enorme grijns en kippevel. Een meisje voor me loopt wat te strugglen, ik ga naast haar lopen en probeer haar aan te moedigen. “Wat een fantastische race is dit!” Ze kijkt me aan of ik gek ben. “Ik vind er geen klote aan!” klinkt het hardgrondig. Aw. Ik laat haar achter me.

Er is muziek, er zijn waterstralen waar je door heen kunt lopen, er staan kinderen met stukken fruit, er staan live zangers, ik hoor mensen mijn naam scanderen, en ik loop en loop maar door. Ik loop tot nu toe een vrij vlakke race en heb de pacers voor 1:50 nog niet zien passeren. Whoehoe! Ik stop niet bij de waterposten maar drink mijn eigen meegebrachte water. En het sportdrankje dat ik nog nooit heb geprobeerd. Fout. Stomme fout! Van deze variant word ik blijkbaar misselijk – het is een suikervrije variant en de aspartaamsmaak is erg smerig. Damn. De helft van mijn meegebrachte drinken is dus niet te gebruiken.

Ik bedenk dat ik bij 8 kilometer – de helft – best even mag wandelen als ik daar behoefte aan heb. De 8 kilometer passeert zonder dat ik ga wandelen. Ik loop ongemerkt een pr op de 10 kilometer. En dan ga ik wel even wandelen – even wat drinken en op adem komen. Mogelijk is dit een dom besluit …

KM 11-15

Misschien ben ik op het slechtste moment gaan wandelen. We lopen nu tussen Amsterdam en Zaandam, pal tegen de wind in, zonder toeschouwers, in een saaie omgeving. Ik heb moeite om weer op te starten. Toch doe ik het en ik neem me voor de komende zes kilometer gewoon zonder wandelen weer door te rennen. Het lukt me alleen niet. Ik moet echt leren om niet in deze valkuil te stappen.

Eenmaal in Zaandam krijg ik het zwaar. Bij 13 kilometer komt de man met de hamer, ik ga opnieuw even wandelen. Dat er hier ook rijendik mensen staan doet me eventjes niet zo veel. De kinderkopjes onder mijn voeten zijn lastig, ik struikel een paar keer bijna. Toch ga ik weer rennen, en zie ineens mijn collega langs de kant staan. Wat leuk! Ik krijg weer helemaal energie (voor eventjes, haha) en kan er weer even tegenaan. Op 15 kilometer staat er een ambulance midden op het pad, de vrouw die er in ligt heeft ogen als schoteltjes. Oh jee …

Ik kan nog lachen :)

KM 16 – finish

Allemachtig wat doen mijn benen inmiddels zeer. Dit stuk ken ik natuurlijk van de vorige keer, ik weet dat er een brug aan komt. Oh nee, het zijn er zelfs twee! Ik worstel me naar boven. Ga ik het onder, of boven de 2 uur lopen? De finish is in zicht. Ik ga niet wandelen, ik moet en zal hardlopend die finish over. Mijn benen voelen als blubber. En ik red het, die finish. Wel met 2 minuutjes over de 2 uur, helaas. Niet wat ik wilde, maar ik heb m uitgelopen en de medaille hangt inmiddels om mijn hals.

Trots

The day after

Vandaag doet alles pijn. Mijn heupen vooral, en mijn enkels zijn ook niet zo blij. Niets geblesseerd overigens, gewoon moe, stijf en pijnlijk. Ik ben trots dat ik ‘m uitgelopen heb, maar teleurgesteld in mijn tijd. Zoals altijd, so what else is new? En ik zie op tegen de 19e oktober. Ik had er gisteren echt niet nog eens vijf kilometer bij kunnen lopen, er was niets aan energie meer over. Krijg ik dat de komende paar weken nog voor elkaar? Ik ga het in ieder geval proberen.

Ik besef dat ik wat verslagen klink. Ik ben ook gewoon een beetje moe 🙂 en soms ben ik onrealistisch en een perfectionist. De snelheid blijft me dwarszitten, maar daar zal ik me voorlopig bij neer moeten leggen. Volgend jaar heb ik in ieder geval een heel duidelijk doel: het opkrikken van die snelheid op de langere afstanden!