Select Page

Ronde

Ken je dat? Dat je eigenlijk helemaal geen zin hebt om je warme bed uit te komen, maar dat er zo’n vervelend stemmetje in je achterhoofd zeurt? Dat je woensdag zou gaan rennen, maar dat niet gedaan hebt omdat het regende. En dat het nu droog is? En dat je een ongelofelijke lambal bent als je nu niet heel snel je hardloopkloffie aan gaat trekken?

Ja ja ja … ik weet het. En zo stond ik vanmorgen na een banaan, een half glas vruchtensap en een stukje chocola (voor de lekker) in mijn outfit buiten te wachten tot mijn sporthorloge het GPS signaal had opgepikt. En nee, ik had nog steeds geen zin. Vaak is dat een voorbode van juist een hele goede run, maar helaas was dat vandaag niet het geval.

Amper 1 minuut onderweg besef ik iets. Ik heb het verkeerde ondergoed aan. Je weet wel, zo’n slipje dat zin heeft om overal te kruipen waar het niet hoort en waardoor je de onweerstaanbare behoefte krijgt je en plein public in twintig genante bochten te wringen om het vooral maar weer op zijn plaats te krijgen. Ok. Niet doen. Negeermodus. Doorlopen.

Hey. Mijn knie doet voor de verandering eens niet zeer. Ok, prima. Ik ga natuurlijk meteen een tandje harder lopen. Doe dat nou niet … vragen om moeilijkheden. En je gaat gewoon tussendoor wandelen, want anders lig je straks weer in de kreukels. Ok ma.

Na vijf minuten besef ik iets anders. De stoffencombinatie van mijn wintertight en het mouwloze topje onder m’n longsleeve is geen briljante. Alletwee van die gladde stofjes en daardoor kruipt mijn topje om de vijf minuten zowat onder mijn oksels. Heel fijn, twee wardrobe malfunctions in 1 run. Ik zie mezelf de hele weg al trekkend en grimassend over de weg hupsen. Ik yank het topje naar beneden. Waarna het natuurlijk binnen vijf minuten net zo hard weer omhoog kruipt. Zucht. Omdraaien maar? Nee! Doorlopen!

photo 1

Op het meest noordelijke topje van mijn ronde, waar ik eigenlijk het pad weer naar het zuiden moet volgen, neem ik een hele slimme beslissing. Ahem. We gaan niet terug via de normale route, die me ongeveer 6,2 kilometer op zal leveren. Neeeeeh, we gaan nog een stukje verder noordelijk en oostelijk, mijn rondje wordt dan iets groter. Never mind dat het voor geen meter gaat – als we geen snelheid kunnen opbouwen moeten we het maar van de meters hebben toch? Jammergenoeg kom ik op een stuk terecht waar de fietspaden ophouden en ik drie keuzes heb:

1) Zompig gras
2) Asfalt op een drukke autosnelweg
3) Saai stuk om door een fabrieksterrein

Het wordt drie natuurlijk. Mopper de mopper de mopper. Wind tegen ook. Joy. Doordat ik om en om wandel en hardloop, ben ik moe, kom ik niet in de flow en word ik bloedchagrijnig. Waar is die runner’s high? Eenmaal weer van het terrein af zie ik dat het fietspad nu oversteekt en aan de overkant niet parallel aan de autoweg doorloopt maar een wijk in duikt. Ok, dat dan maar. En zo slinger ik over kinderkopjes, drempels, stoepjes en fietspaden tegen de wind in al grommend weer naar huis.

Het wordt uiteindelijk bijna 7 kilometer in 52 minuten. Niet briljant. Maar, geen pijnlijke knie, dus dat is ook al weer heel wat. Ik moet en zal die 21 kilometer halen in oktober. Hopelijk zijn we vanaf hier op weg naar boven!