Select Page

Het besef begint langzaam te dagen. Ik heb gisteren gewoon 21,1 kilometer gelopen. Eénentwintig komma één kilometer. Het klinkt op dit moment als een onmogelijke afstand. Zo voelde het ook bij tijd en wijle. Hoe ging mijn race of the year? Lees maar mee.

Ik was de hele week eigenlijk nog niet eens zo met die halve marathon bezig, omdat het ontzettend druk was op mijn werk en dat me voornamelijk bezig hield. Woensdag liep ik nog even een korte 5 kilometer om mijn spieren los te schudden en verder heb ik geprobeerd goed te eten, wat vroeger naar bed te gaan en vooral niet verkouden te worden 🙂 Mijn verjaardag viel ook in deze week, ik ben schandelijk verwend door zowel vrienden als familie. En ineens was het vrijdag en zat ik in de auto om mijn startbewijs op te halen.

[su_table]

Eeeek! Hahaha

[/su_table]

Op de Marathon Expo kwam ik Andrea van Run Andrea Run tegen, super leuk! Ik kocht compressie sokken bij haar. Die heb ik overigens niet aangehad bij de halve, dat vond ik teveel risico. Geen nieuwe dingen introduceren tijdens een race 🙂 Zaterdag verliep rustig, en toen was het ineens zondagochtend en sloegen de zenuwen toe. Aaaargh!

Luchtig gekleed kwam ik in Amsterdam aan. Mijn ouders en schoonouders waren er, mijn man was er. Zij namen lekker plaats in het stadion en ik schoof mijn startvak in. Voor ik het wist begonnen we al te lopen. Het weer was omgeslagen, grijs, wind, en lang niet zo warm als voorspeld. Niet erg wat mij betreft, mijn singletje was genoeg want ik ben echt een kacheltje als ik loop.

De race

Km 1 – 5

Ik krijg het eindelijk eens voor elkaar om niet te hard van start te gaan. Ik loop met een pacing van 7 minuten per kilometer en begin onmiddellijk mensen in te halen. Ok, dat is een unicum. Ik loop iets harder dan mijn trainingen, maar wel op een pacing waarvan ik denk dat ik de boel kan volhouden. De eerste 5 kilometers gaan dan ook prima.

Km 5 – 10

Ik ben nauwelijks over de registratiemat als ik mezelf niet lekker voel worden. Buikkramp. You’ve got to be kidding me. Ik heb niks raars gegeten en alleen maar water gedronken. Nee! Niet nu! Het gevoel neemt toe en ik schiet een dixi in. Great. Ik hoop dat dit de boel oplost. Verder maar weer. Gelukkig weet ik de pacing weer op te pakken, maar ik ben wel achterop geraakt. Damn, de bezemwagens rijden hier. Ik ga harder lopen om ze voor te blijven. Bij de 10K lig ik op ramkoers voor 2.30, super!

Km 10 – 15

Bij de 12 kilometer gaat het weer mis. Allemachtig, net nu op deze dag. Ik word helemaal misselijk en mijn buik protesteert heel heftig. Opnieuw een dixi, daar gaan we weer. Ontzettend balen dit. Bij het verder opstarten voel ik wel dat ik nu 12 kilometer in de benen heb zitten, maar het lukt. Voor de tweede keer moet ik mensen inhalen die ik allang ben voorbij gelopen en de bezemwagens zijn ook weer in zicht.

Opnieuw zet ik aan om ze weer voor te blijven. Dat lukt. Ik baal als een stekker. Ik voel me niet lekker. Meerdere malen denk ik, allemachtig, waarom doe ik dit? Waarom stop ik niet? Maar ik wil niet stoppen. Niet voor mezelf, en niet voor mijn supporters die in het stadion op me wachten. Ik ga NIET opgeven!

Km 15 – 20

Inmiddels lopen we weer in de stad en hebben we de wind pal tegen. Af en toe valt er een druppel. Het is worstelen om de pacing vlak te houden, mijn benen worden moe. Ergens bij de 16 kilometer komt er een onverwachte tunnel, allemachtig, hoepel op. Wind pal tegen, halverwege heb ik even geen kracht meer om er tegenop te rennen. Ik wandel naar boven en ga vervolgens weer hardlopen.

Hey! Het Vondelpark! Awesome!!! Prachtige omgeving en ik weet, dat het stadion in de buurt komt. Ik passeer de 18 kilometer, en mijn hart neemt een sprongetje. Vanaf hier loop ik in unchartered territory, nog nooit zo ver gelopen.

Het geluk is van korte duur want bij de 19 kilometer voel ik de bekende krampen. Nee! Niet nu! Alles doet zeer, ik kan nu niet stoppen, anders kom ik nooit meer op gang! Toch zal ik het moeten. Ik schiet, vlak voor het einde van het Vondelpark, een restaurantje in.

I did it!

Finish

Met heel veel moeite zet ik mijn benen weer aan het rennen en kom ik weer op mijn pacing van tussen de 7 en 7.20 minuten per kilometer. De eerste 18 kilometer heb ik sneller gelopen dan mijn trainingen, maar op de laatste kilometers verlies ik veel tijd door de noodzakelijke tussenstop. Toch moet en zal ik doorrennen, al die mensen hier, ik kan niet gaan wandelen. Ik wil rennend door het stadion.

Vlak voor het stadion, in de 20e kilometer, tettert Republica met “Baby I’m Ready to Go” in mijn oren en oh, wat is het een schitterend nummer op het juiste moment. Huilend leg ik deze kilometer af. Het stadion is in zicht, ik loop er op af en door de ingang, begin aan mijn halve ronde stadion.

Helaas is het al behoorlijk leeg, maar op het moment dat ik mijn springende en zwaaiende supporters in het oog krijg, op de eretribune, valt alles van me af. Ik zet zelfs nog een eindsprintje in, zwaaiend en lachend en opgelucht kom ik over de finish. I did it!!!

Laptimes

Na de finish komt mijn man met open armen op me afgerend en ik ga even helemaal stuk. Hetzelfde met mijn moeder. Blij, moe, opgelucht, teleurgesteld en trots, alles tegelijk. Thuis blijkt dat als ik de tussenstops niet nodig had gehad, ik de race precies zou hebben gelopen als ik graag wilde – ik zou ergens op de 2.36 uitgekomen zijn. Nu werd het helaas 2.44. Ach. Volgende keer beter. Ik heb hem uitgelopen, dat was het doel. Ik heb nauwelijks gewandeld. Ik heb genoten van de omgeving, van de mensen en supporters, ik ben sprintend over de finish gegaan.

Ik ben tevreden!